Jaarverslag 2014

Het jaar in het kort

 

3 Snelheid en toegankelijkheid: stapsgewijze verbeteringen

De samenleving heeft behoefte aan een snelle behandeling van rechtszaken. Tijdige rechtspraak draagt substantieel bij aan een gezond economisch klimaat. Voor rechtzoekenden betekent een rechtszaak vaak een grote financiële en emotionele belasting. Dit betekent dat de tijd die een rechtszaak duurt – de doorlooptijd – zo beperkt mogelijk moet blijven.

Uit het klantwaarderingsonderzoek dat in 2014 is gehouden blijkt dat slechts de helft van de procespartijen tevreden is over de procesduur. Hoewel de Rechtspraak zich op dit punt blijft inspannen en de snelheid waarmee rechtszaken worden behandeld in 2014 licht is toegenomen, blijft dit een belangrijk verbeterpunt.

Op dit moment bestaat slechts een klein deel van die doorlooptijd uit echte behandeltijd. Het grootste deel bestaat uit wachttijd: de tijd waarin door een partij, advocaat of rechter feitelijk niet aan de rechtszaak wordt gewerkt. Deze wachttijd moet worden teruggebracht. Dat lijkt misschien eenvoudig, maar is in de praktijk een lastige opgave. Het betekent dat de manier waarop rechtszaken zijn georganiseerd, sterk moet veranderen. Met die veranderingen moeten de andere (professionele) procespartijen mee veranderen. De Rechtspraak is in 2012 begonnen met het programma Kwaliteit en Innovatie (KEI) om procedures door innovatie, vereenvoudiging en digitalisering zo in te richten dat dit mogelijk wordt.

Hiervoor is in de eerste plaats een wijziging van de wetgeving nodig. De Rechtspraak adviseerde het ministerie van Veiligheid en Justitie in 2014 over twee wetsvoorstellen:

Advies Voorstel tot wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en de Algemene wet bestuursrecht in verband met digitalisering en vereenvoudiging van het procesrecht

Advies Wetsvoorstel vereenvoudiging en digitalisering procesrecht in hoger beroep en cassatie

Het eerste wetsvoorstel beoogt de rechtspraak toegankelijker te maken en een eenvoudiger rechtsgang te bieden in het burgerlijk procesrecht en het bestuursprocesrecht. Voor het burgerlijk procesrecht wordt een overzichtelijke basisprocedure voorgesteld met een uitspraak na voor elk van partijen één schriftelijke ronde en een mondelinge behandeling. De rechter krijgt de middelen om een vlot verloop van de procedure te bevorderen. Het tweede wetsvoorstel is een vervolg op het eerste en beoogt een vereenvoudiging van het burgerlijk procesrecht in hoger beroep en in cassatie en regelt de digitalisering van die procedures. De Raad voor de rechtspraak adviseerde, na uitgebreid overleg binnen de Rechtspraak, over beide voorstellen positief; hij onderschrijft de uitgangspunten van het wetsvoorstel. Hij geeft brede steun voor het op eigentijdse wijze beter toegankelijk maken van rechtspraak met behulp van digitalisering en vereenvoudiging.

In 2014 ging de Rechtspraak verder met de voorbereidingen om de nieuwe werkwijze de komende jaren stapsgewijs in de gerechten in te kunnen voeren. Binnen het programma KEI werken meer dan 60 rechters en medewerkers van de Rechtspraak in nauwe samenwerking met de gerechten aan portalen voor medewerkers van de Rechtspraak, professionals en rechtzoekenden die in de komende jaren digitaal procederen mogelijk maken. Daarnaast zette de Rechtspraak de eerste stappen in de verdere veranderingen van de organisatie die voor deze innovaties nodig zijn.

Zo hebben de advocaten beschikking gekregen over de digitale strafdossiers. Rechters en officieren van justitie werkten al geruime tijd met dergelijke dossiers. Advocaten konden dat nog niet, terwijl het voor het evenwicht tussen procespartijen belangrijk is dat zij over dezelfde digitale documenten kunnen beschikken als Rechtspraak en Openbaar Ministerie (OM). Om hierin verandering te brengen, hebben de Rechtspraak, het OM, de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA) en het ministerie vanVeiligheid en Justitie (VenJ) in 2014 gezamenlijk een advocatenportaal gestart. Advocaten hebben nu toegang tot de standaard GPS zaken die worden aangebracht bij de politie-, kanton- of kinderrechter.

Vanaf maart 2014 hebben advocaten uit Den Haag en Midden-Nederland met het advocatenportaal geëxperimenteerd. De deelnemende advocaten bleken positief over het systeem. Het is eenvoudig in gebruik en de digitale dossiers bieden net als de papieren versie de mogelijkheid tot markeren en het plaatsen van bladwijzers. Op 8 september 2014 is de landelijke introductie van het advocatenportaal gestart. Uiteindelijk kunnen advocaten door het hele land het advocatenportaal gebruiken om digitale strafdossiers te downloaden. Advocaten die de voorkeur geven aan papieren dossiers, blijven deze voorlopig nog via de post ontvangen.