Jaarverslag 2014

Het jaar in het kort

 

2 Kwaliteitszorg onder druk

In 2014 verrichtte een visitatiecommissie onder leiding van prof. mr. M.J. Cohen onderzoek naar de kwaliteitszorg binnen de Rechtspraak.

Kwaliteit van de rechtspraak komt in de eerste plaats tot stand in de alledaagse werkpraktijk: tijdens de administratieve procedures, de juridische voorbereiding, de zitting en (de uitwerking van) de uitspraak. De commissie constateert dat de samenleving daarvoor kan rekenen op de buitengewoon loyale en kundige medewerkers van de Rechtspraak.

De commissie komt tot de conclusie dat de kwaliteit van dit dagelijkse werk in 2014 en de voorgaande jaren gewaarborgd is gebleven. Dit is in de eerste plaats te danken aan de bevlogenheid, deskundigheid en loyaliteit van de medewerkers. Zij vormen de hoeders van de kwaliteit van de rechtspraak, zo concludeert de visitatiecommissie.

De toewijding van medewerkers richt zich vooral op de afdoening van de ‘eigen’ rechtszaken en hun directe werkomgeving. Dat staat het uitvoeren van activiteiten in de weg die de afzonderlijke rechtszaken overstijgen. Hierdoor zijn aspecten van kwaliteit (zoals tijd en ruimte voor reflectie, studie, jurisprudentiebesprekingen, intervisie en feedback) onderbelicht geraakt.

De kwaliteitszorg binnen de organisatie van de Rechtspraak is in de afgelopen jaren door ingrijpende veranderingen op de proef gesteld, aldus de visitatiecommissie. Gerechten zijn gefuseerd, de organisatie is gewijzigd en er hebben zich veel personele wijzigingen bij bestuur en management voorgedaan. De Rechtspraak heeft er ook in 2014 voor gezorgd dat deze veranderingen de afdoening van zaken niet hebben verstoord; partijen zijn er niet de dupe van geworden.

Rechtzoekenden mogen van raadsheren, rechters en andere medewerkers verwachten dat hun deskundigheid op peil is. Daarom is het noodzakelijk dat medewerkers zich voortdurend blijven scholen, dat zij deelnemen aan intervisie en dat zij vakinhoudelijk overleg voeren. De norm dat medewerkers gemiddeld 30 uur per jaar, c.q. een minimum van 90 uur in drie jaar, een opleiding volgen werd in 2014 niet behaald. Redenen daarvoor zijn annulering vanwege een te vol rooster, langdurige ziekte en het onvoldoende aansluiten van het cursusaanbod voor meer ervaren medewerkers.

Ook de norm die bepaalt hoeveel tijd structureel door rechters en medewerkers wordt ingeruimd voor (vakinhoudelijke) feedback en reflectie (waaronder intervisie), werd in 2014 niet gehaald. Er werd door rechters en medewerkers niet altijd prioriteit aan gegeven vanwege de werkdruk en de drukte die de veranderingen in de organisatie opleverden. Er zijn ook successen: enkele gerechten schakelden externe intervisie begeleiders in en de meeste gerechten hebben het aantal intervisiemethoden uitgebreid, zoals gezamenlijke reflectie in koppels en intercollegiale team overschrijdende intervisie.

Op basis van het rapport van de visitatiecommissie kwam de Rechtspraak in 2014 tot de conclusie dat het grote aantal rechtszaken, de herziening van de gerechtelijke kaart en de in gang gezette moderniseringsoperatie, veel van de organisatie vergen. De rek is eruit, en daardoor is de zorg voor kwaliteit naar de achtergrond gedrukt. Rechters en gerechtsambtenaren moeten binnen hun schaarse tijd zelf prioriteiten stellen, waarbij de behandeling van zaken altijd op de eerste plaats komt, waardoor andere taken in het gedrang komen.

De visitatiecommissie benoemt het belang van een goed en stabiel evenwicht tussen kwantiteit en kwaliteit. Om hieraan invulling te geven zijn raadsheren, rechters en juridisch medewerkers begonnen met het ontwikkelen van gezamenlijke professionele standaarden. Deze standaarden geven houvast omdat ze verhelderen wat collega’s, bestuurders en de samenleving van elke juridische professional mogen verwachten. Professionele standaarden definiëren wat goede rechtspraak is. Belangrijk is dat de ontwikkeling van professionele standaarden plaatsvindt vanuit vakinhoudelijke drijfveren door de rechters en raadsheren zelf. De Landelijke Overleggen van Vakinhoud (LOV) zijn bezig met het ontwikkelen van professionele standaarden. Kern voor de ontwikkeling van professionele standaarden ligt vooral in het stellen van normen voor kwaliteit en professionaliteit. Een voorbeeld van een standaard in het strafrecht zegt: ‘In het geval naar beoordeling van de voorzitter daartoe noodzaak bestaat, zal een regiezitting voorafgaand aan de inhoudelijke behandeling worden georganiseerd’. De standaarden voor de overige rechtsgebieden waren eind 2014 nog niet afgerond.

De visitatiecommissie heeft ook een advies gegeven over de toetsing van vonnissen. Het doel van deze toetsing is een methode te ontwikkelen waarmee op efficiënte wijze de inhoudelijke ambachtelijke kwaliteit4 van uitspraken van rechtbanken wordt getoetst, zonder dat de uitkomst van de zaak wordt meegewogen. Daarmee is dit instrument een aanvulling op de visitatie. De methode die wordt toegepast is ‘peer review’: aan de hand van een toetsingsformulier wordt de kwaliteit van een vonnis van de ene rechter door twee andere rechters beoordeeld.

Het is de Rechtspraak gelukt een efficiënt toetsingsinstrument voor civiele vonnissen te ontwikkelen. In een rechtspraakbrede pilot hebben alle gerechtshoven in totaal ruim 600 civiele vonnissen getoetst. Het rapport is in april 2014 verschenen.

De uitkomsten en aanpak van de pilot zijn geëvalueerd. Het uitgangspunt van inhoudelijke toetsing wordt breed gedeeld. Wel is er discussie over de inzet van het instrument. Sommigen zien dit meer als een kwaliteitsinstrument dat vooral de samenleving inzicht moet geven over de ambachtelijke kwaliteit van uitspraken. Anderen vinden dat het instrument meer doorontwikkeld moet worden als feedbackinstrument zodat het de individuele rechter meer handvatten geeft tot verbetering. De visitatiecommissie deelt dit en constateert dat het onderzoeksproces van de afgelopen jaren vooral gericht is geweest op het ontwikkelen van een meetinstrument. De stuurgroep ‘kwaliteitstoetsing rechterlijke uitspraken’ adviseert in 2015 over het gevolg dat gegeven wordt aan de kwaliteitstoetsing.

4 Onder de ‘ambachtelijke kwaliteit van een vonnis’ wordt verstaan de mate waarin een vonnis vaktechnisch goed in elkaar steekt, met name leesbaar en helder, niet te lang, consistent, en procedureel en materieelrechtelijk voldoet aan de ambtelijke eisen.