Jaarverslag 2014

2014 in Cijfers

12 Doorlooptijden

12 Doorlooptijden

In dit jaarverslag is de stand van zaken te vinden over de duur van rechtszaken voor de rechtspraak als geheel. In de jaarlijkse kengetallenpublicatie zijn de uitkomsten per gerecht opgenomen en geanalyseerd.

De rechtszaken die de Rechtspraak te behandelen krijgt, zijn opgedeeld in 45 verschillende zaaktypen met ieder een eigen doorlooptijdnormering.

De norm bestaat uit twee elementen:

  1. de termijn waarbinnen een zaak afgehandeld dient te zijn, en
  2. het percentage zaken waarvoor dat moet gelden.

Bij het formuleren van start- en eindpunt van de te normeren doorlooptijd van een gerechtelijke procedure, is gekozen voor het perspectief van de burger/ maatschappij; burgers, maatschappij en politiek willen in de eerste plaats geïnformeerd worden over de totale lengte van procedures. De doorlooptijd is daarom gedefinieerd als de totale tijd die verstrijkt tussen het instromen en het uitstromen van een zaak bij één gerechtelijke instantie. Er is geen onderscheid gemaakt in wat wel en wat niet door de Rechtspraak te beïnvloeden is. De duur van deeltrajecten, zoals mediation of de tijd dat een zaak op verzoek van partijen tijdelijk stilligt, wordt dus niet uit de doorlooptijdmeting gehaald.

De duur die gemeten wordt start bij binnenkomst op het gerecht van het verzoekschrift of de dagvaarding en loopt door tot het vonnis is geaccordeerd door de rechter of de uitspraak op het verzoekschrift aan partijen is verzonden.

Het uitgangspunt bij de normstelling is dat het overgrote deel van de zaken binnen een bepaalde tijd moet worden afgehandeld en dat rekening gehouden wordt met een groep procedures die extra lang duren door niet te vermijden complicaties. Bij bijvoorbeeld een norm van 90 procent binnen 6 maanden is er ruimte voor 10 procent extra lang durende zaken.

De formulering van de norm op deze wijze heeft het voordeel dat ruimte aanwezig blijft om in incidentele zaken bewust meer tijd te nemen voor de afdoening. Het weergeven en normeren van gemiddelde doorlooptijden geeft minder inzicht in de procesduur dan de gekozen systematiek. Wel zijn aanvullend op de genormeerde doorlooptijden in de tabellen 18 en 19 voor een aantal zaak groepen gemiddelden gepresenteerd.

Landelijk totaalbeeld

De doorlooptijden van rechtszaken zijn in de periode 2009-2014 verbeterd. Na een stagnatie in 2012 en 2013 was in 2014 vaker vooruitgang te zien: meer zaken voldeden aan de normtijden. In 2014 verbeterde2 de doorlooptijd bij ongeveer een derde van de 45 onderscheiden zaak typen. Bij een op de vijf zaak typen ging het percentage rechtszaken dat aan de norm voldeed achteruit.

Handelszaken en strafzaken zowel bij de rechtbanken als de gerechtshoven, zijn in 2014 duidelijk sneller afgehandeld. Ook de vreemdelingenzaken en bestuursrechtelijke zaken bij de rechtbanken zijn korter gaan duren. Deze vooruitgang was echter over het algemeen niet voldoende om vaker dan in 2013 de gewenste percentages te halen: in drie gevallen wel, geregelde arbeidsontbindingen, strafzaken kinderrechter en vreemdelingenzaken.

De kantonzaken en familierechtelijke zaken voldeden over het algemeen (vrijwel) al langer aan de normen.

Nog ver van de norm is de duur van belastingzaken. De rechtszaken bij de gerechtshoven zijn korter gaan duren, maar voldeden over het algemeen nog niet aan de duur-doelstellingen, behalve bij familierechtelijke zaken.

Hieronder volgt per rechtsgebied een beschrijving van de ontwikkelingen op het gebied van de duur van rechtszaken in 2014.

2 We spreken van verbetering bij een toename van het percentage binnen de norm met 2 procentpunten of meer.