Jaarverslag 2014

Jaarbericht

Rechtspraak – voor vrijwel iedereen staat dit begrip synoniem aan de rechter in toga die recht spreekt. Logisch, het is de meest in het oog springende activiteit van de rechter. Maar een van de opvallendste ontwikkelingen in de afgelopen jaren voor de Rechtspraak is de sterk groeiende vraag naar de rechter als toezichthouder.

De rechter houdt onder meer toezicht op de bewindvoerder die het geld beheert van een meerderjarige die dat zelf niet meer kan. En op de curator die een faillissement van een bedrijf of organisatie afwikkelt. Ter illustratie: het aantal lopende beschermingsbewinden in 2014 verdubbelde sinds begin 2009 naar 260.000. Bij toezichtzaken zal je, anders dan bij strafzaken, niet zo snel een tv-camera aantreffen. Maar het maatschappelijk belang van deze zaken is groot. De rechter-commissaris (in geval van een faillissement) en de kantonrechter (in geval van bewind) zien immers toe op een eerlijke en rechtvaardige gang van zaken.

Voor de grote toename van het aantal toezichtzaken bestaan verschillende verklaringen en oorzaken. Zo doet de economische situatie zich voelen. In 2013 werd ervolgens het Centraal Bureau voor de Statistiek een recordaantal faillissementen uit-gesproken, ruim 12.000. Dit aantal liep in 2014 vanwege de aantrekkende economie terug tot iets minder dan 10.000. Op de afwikkeling van vermogens van failliete rechtspersonen is wettelijk toezicht nodig.

Voor burgers wordt steeds vaker een beroep gedaan op een vorm van beschermingsbewind, in plaats van een schuldsaneringstraject in te gaan. De wet biedt daartoe sinds januari 2013 ook expliciet de mogelijkheid. Het aantal toezichtzaken bij de kantonrechter neemt al jaren toe - en die ontwikkeling lijkt zeker nog niet ten einde. In 2014 waren er circa 370.000 zaken die verband hielden met beschermingsbewind. 

Behalve de slechte economische situatie in de afgelopen jaren, speelt bij de stijging van het aantal bewinden ook de vergrijzing een rol. Voor ouderen wordt vanwege hun gezondheid relatief vaak een beroep gedaan op een vorm van beschermingsbewind. Vaak gebeurt dat door ziekenhuizen en zorginstellingen, die behoefte hebben aan één officieel aanspreekpunt voor hun patiënt.

Het werk van bewindvoerders, curatoren en toezichthouders is van cruciaal belang, juist voor de meest kwetsbare mensen in onze samenleving. Denk aan de demente bejaarde, de failliete ondernemer, de werknemer die als gevolg van een reorganisatie is ontslagen of de gescheiden moeder in de schuldsanering. Behalve de direct betrokkenen zelf, ondervinden ook de mensen om hen heen de gevolgen. Als schuldeiser, als toeleverancier, als familielid, als buurman.

De afwikkeling van de zakelijke belangen voor mensen en organisaties in de problemen is vaak een langdurige aangelegenheid. Een faillissements- of schuldsaneringstraject duurt gemiddeld ruim twee jaar, en vaak langer: er zijn bij faillissementen uitschieters tot acht jaar. Een bewind duurt zolang als dat noodzakelijk is. 

Goed toezicht is onmisbaar voor de Nederlandse economie. Het voorkomt fraude. Het insolventieregister op www.rechtspraak.nl, waarin faillissementen, surseances en schuldsaneringen worden bijgehouden, wordt per jaar ruim 40 miljoen keer geraadpleegd. Nederland is, mede door het goede rechtssysteem, internationaal geliefd als vestigingsplaats. Buitenlandse bedrijven doen hier graag zaken. Een in alle opzichten goed functionerend rechtssysteem fungeert in tijden van economische voorspoed als een vliegwiel voor groei, en in mindere tijden als een stootkussen dat dempt.

Behalve een eerlijke en rechtvaardige afwikkeling voor direct belanghebbenden en het economisch nut, is er ook nog een hoger doel: het moeilijk grijpbare, maar o zo belangrijke vertrouwen in de rechtsstaat. De onafhankelijke en onpartijdige rechter heeft de wettelijke bevoegdheid en de autoriteit toe te zien op een juiste en rechtvaardige gang van zaken. Het vertrouwen in rechtspraak is gelukkig relatief hoog, toont periodiek onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau keer op keer aan. Ook het in 2014 uitgevoerde onafhankelijke Klantwaarderingsonderzoek toont aan dat rechtzoekenden en professionals in grote meerderheid tevreden zijn over de prestaties en dienstverlening van gerechten.

Maar u weet: de rechtsstaat is geen rustig bezit, permanente bewaking en onderhoud is nodig. De kwaliteit van het toezicht is de laatste jaren sterk verbeterd, maar kan en moet nog beter. Dat komt deels doordat rechtbanken in het verleden niet altijd even veel aandacht besteedden aan de toezichthoudende taken. Geschilbeslechting en rechtsbescherming gingen voor. Een andere oorzaak is dat de wet niet in alle opzichten duidelijk is over wat toezicht concreet inhoudt. Rechtbanken hebben hieraan dan ook in het verleden op verschillende wijze invulling gegeven. 

Die verschillende werkwijzen hebben tot nu toe niet tot grote problemen geleid. Maar de laatste jaren zijn zaken complexer geworden en de eisen die aan toezicht worden gesteld, zijn toegenomen. De tijd dat er in geval van een faillissement volstaan kon worden met een overzichtelijk papieren dossier, ligt achter ons. In 2015 leven we in de informatiesamenleving. Daarin gaat het niet meer om papier of documenten, maar om digitalisering en systemen die snel en slim relevante data genereren. De feiten worden daarmee sneller duidelijk. De rechter kan dan meer tijd en aandacht besteden aan de inhoud van de zaak. Toezicht krijgt dan de aandacht die het verdient.

Daarom is de modernisering van het toezicht een belangrijk onderdeel van het programma Kwaliteit en Innovatie waarmee de Rechtspraak, samen met het ministerie van Veiligheid en Justitie, in 2012 is gestart. De digitalisering die hier onderdeel van uitmaakt is geen doel op zich, maar wel een belangrijk hulpmiddel. Dit draagt ertoe bij dat toezicht onafhankelijk, effectief, transparant en voorspelbaar is. Onderdeel van de modernisering is duidelijk omschrijven waar goed toezicht aan moet voldoen en welke taken daarvoor op welk moment moeten worden verricht. 

Uitgangspunt blijft dat toezicht een wettelijke taak is van de onpartijdige rechter. Die taak wordt lokaal - dicht bij de belanghebbenden - uitgeoefend, maar daaraan kan landelijk worden bijgedragen (denk aan de formulering van beleid, bieden van digitale faciliteiten, het bijhouden van vakkennis en het inrichten van een kwaliteitszorgsysteem). Ook zal de Rechtspraak bekijken of we lokaal overal de expertise in huis hebben (en moeten hebben) voor toezicht in zeer specifieke zaken of bij grote, landelijke faillissementen. Centraal wat moet, decentraal wat kan, is het motto.

De eerste stappen zijn al gezet. Sinds december 2014 oefenen drie rechtbanken (Den Haag, Limburg en Noord-Nederland) samen met vijftien curatoren de toezichtrol bij faillissementen uit via een online systeem. Nieuwe zaken hebben een volledig digitaal in plaats van een papieren dossier. Ook de andere rechtbanken zullen geleidelijk aan via het online systeem toezicht houden op nieuwe faillissementszaken. 

Investeren in de kwaliteit van toezicht vergt ook middelen. Door onze systemen, organisatie en werkwijzen slimmer en efficiënter in te richten, zullen we kwalitatief hoogwaardiger toezicht kunnen realiseren. Maar de kost gaat voor de baat uit: er moet de komende jaren wel ruimte zijn om te investeren. Goed en slim toezicht kost geld, maar levert de maatschappij nog veel meer op. In materieel, maar ook in immaterieel opzicht.

mr. F. C. Bakker
voorzitter Raad voor de rechtspraak